Home Over de VS Geschiedenis John D. Rockefeller: over de rijkste man ter wereld
John D. Rockefeller: over de rijkste man ter wereld

John D. Rockefeller: over de rijkste man ter wereld

0
0

Het leven van John D. Rockefeller (1839 – 1937) leest bijna als een Griekse tragedie. Rockefeller belichaamt de American Dream: door hard werken en slim je kansen grijpen kun je in Amerika in een leven de rijkste man op aarde worden. Zijn Standard Oil Company was ooit ‘s werelds grootste onderneming. Wat is er dan precies zo tragisch aan zijn leven geweest? Dit zit hem in het feit dat Rockefeller ook moest aanzien hoe zijn levenswerk opgebroken werd in 37 afzonderlijke bedrijven. Dit is de opkomst en ondergang van Standard Oil.

Het vermogen van John D. Rockefeller

Het vermogen van John D. Rockefeller werd op zijn hoogtepunt geschat op een 900 miljoen dollar. Omgerekend naar de huidige tijd zou dat ongeveer 200 miljard dollar zijn, zo’n 179 miljoen euro. Ter vergelijking: Microsoft oprichter Bill Gates bezit nu 75 miljard dollar. Amoco, Chevron, Mobil, Exxon zijn vier van de opvolgers van Standard Oil. Het bedrijf was zo gigantisch dat zestig jaar na de dood van Rockefeller deze opgesplitste oliemaatschappijen nog tot de vijftig grootste bedrijven ter wereld behoorden.

Dit betaal je aan benzine in Amerika

De bedrijven van John D. Rockefeller

Ook een man als Rockefeller startte ergens zijn carrière. Zijn eerste baan was als boekhouder bij de firma Hewitt and Tuttle. Heel lang bleef hij er niet. Zijn grote ambities dwongen hem al snel voor zich zelf te beginnen. Bovendien kon hij als boekhouder zien dat de zaken bij Hewitt and Tuttle niet zo goed gingen.

In 1859 startte John D. Rockefeller de handelsfirma Clark & Rockefeller. De firma deed goede zaken en de partners deden in 1863 een investering van $4000 in een olieraffinage. Dat was vijftig procent van het startkapitaal van de nieuwe firma Andrews, Clark and Co. De begindagen van de oliewinning waren gemakkelijk en zeer lucratief. Iedereen die duizend dollar had kon een fortuin verdienen. Olie werd in die tijd gebruikt om lampen te laten branden, maar ook om in de oorlog de wonden van soldaten te behandelen.

Rockefeller verwachtte niet al teveel van zijn eerste stappen in de oliehandel. Hij vond de vierduizend dollar investering zeer groot, en kon op dat onmogelijk voorzien dat de naam Rockefeller en olie bijna synoniem zouden worden. Al snel omarmde hij olie als de grote kans die hij altijd gewenst had en gaf het al zijn energie. De oliemarkt veranderde ondertussen. De avonturiers en gelukszoekers begonnen plaats te maken voor rationele, calculerende kapitalisten zoals John D. Rockefeller. Het partnerschap Clark & Rockefeller stond ondertussen onder druk. De samenwerking eindigde door verschil van mening over het tempo van expansie en uiteenlopende visies op de oliemarkt.

De prijs van olie was erg beweeglijk en fluctueerde van tien cent en tien dollar in 1861 tussen vier en twaalf dollar in 1864. Elke keer als een nieuwe oliebron ontsprong reageerde de prijs daarop hevig en dat maakte zaken doen in een markt met meedogenloze concurrentie moeilijk. Rockefeller kocht voor $72.000 zijn partners uit en begon de firma Rockefeller and Andrews. Hij was vijfentwintig jaar oud en bezat een controlerend belang in de grootste raffinaderij in Cleveland, Ohio. Een jaar later werd het bedrijf nog groter toen John D. Rockefellers broer William zich aansloot en zijn eigen raffinaderij meebracht. Het was nu de grootste olieraffinaderij ter wereld. In 1870 kreeg het de naam Standard Oil of Ohio.

Monopolie in de olieindustrie

De vraag in dit soort Grote Mannen geschiedenissen is altijd hoe een man zoveel bereikt in een leven. Veel bedrijven streven naar een monopolie in hun markt. De sleutel van Rockefellers succes is dat hij daarin slaagde. Toen hij dat doel eenmaal bereikte verdedigde hij het op elk mogelijke manier. Zijn manier van zaken doen was hard en niet altijd eerlijk. Omkoping, bedrijfsspionage waren vaste onderdelen van het Standard Oil repertoire. Standard Oil droeg honderdduizenden dollars bij aan de verkiezingscampagne van president Theodore Roosevelt in 1904. Groot was dan ook de teleurstelling dat juist Roosevelt zich hard opstelde tegen de monopolies van de grote bedrijven, Standard Oil voorop. ‘We bought the son of a bitch, but he wouldn’t stay bought’, werd op het Standard hoofdkantoor gezegd.

Transport van de olie was een grote kostenpost voor het bedrijf. Om daarop te besparen sloot Rockefeller een geheime deal met Jay Gould, de spoorwegbaron. Rockefeller ontving 75 procent korting, een voordeel dat zijn concurrenten niet kregen. Door het enorme volume van zijn olie kon hij dergelijke afspraken ook met andere transportbedrijven maken. Rockefeller zag deze praktijk niet als iets illegaals. Veel bedrijven ontvingen kortingen, maar het staat vast dat geen enkel ander bedrijf jarenlange zulke hoge kortingen als Standard Oil wist te bedingen.

Een veel voorkomende tactiek om concurrentie uit de weg te ruimen was het kunstmatig laag houden van de prijs. Standard verkocht zijn producten onder de kostprijs, net zolang tot de concurrent dat niet langer kon bijhouden. Die werd dan snel uitgekocht voor een bedragje, waarna natuurlijk de prijzen snel omhoog gingen. Op deze manier veroverde Rockefeller oliebedrijf een monopolie. Standard Oil beheerste op zijn piek 90 procent van de oliemarkt.

Een federale rechtbank in St. Louis oordeelde in 1909 dat Standard Oil uit New Jersey en haar 37 geaffilieerde bedrijven de Sherman Antitrust wet had overtreden. De rechtbank gaf de holdingmaatschappij dertig dagen tijd zich te ontdoen van alle verbonden oliemaatschappen.

Standard ging natuurlijk in beroep, maar twee jaar hield het Amerikaanse Hooggerechtshof deze uitspraak staande. Standaard Oil werd gedwongen zich zelf binnen zes maanden te ontmantelen. Het werd de directeuren van Standard Oil verboden een nieuw monopolie op te richten. Rockefeller stond op de golfbaan toen hij het nieuws hoorde. Vastberaden als hij altijd was geweest slecht nieuws te negeren, weigerde hij de uitspraak van hof te lezen. Aan zijn zakenpartners schreef het volgende bericht: ‘Dearly beloved, we must obey the Supreme Court. Our splendid, happy family must scatter.’

De opsplitsing van Standard Oil leidde tot de bedrijven Standard Oil of New Jersey (Esso, nu ExxonMobil), Standard Oil of New York (Socony, nu ExxonMobil), Standard Oil of Ohio (nu BP), Standard Oil of Indiana (nu onderdeel van BP) en Standard Oil of California (nu Chevron).

The anti-trust zaak tegen Standard Oil testte de grenzen van het kapitalisme. Een vrije markt bleek een juridisch systeem nodig te hebben dat de excessen van grote agglomeraties binnen te perken hield. Een paradoxale les was dat overheidsinterventie soms noodzakelijk is om concurrentie op een vrije markt te waarborgen.

Onderstaande spotprent van Udo J. Keppler verscheen in Puck magazine op 7 september 1904

Spotprent van Udo J. Keppler

John D. Rockefeller de filantroop

Het ambivalente van John D. Rockefeller is dat zijn goede kanten even zo zeer goed als zijn slechte kanten slecht waren. Als Rockefeller rond 1900 gestorven zou zijn, dan was het oordeel van de geschiedenis over deze tycoon uitgesproken negatief geweest. Het begin van de twintigste eeuw was juist het moment waarop Rockefeller een groot deel van zijn enorme vermogen aan goede doelen begon uit te geven. Rockefeller de filantroop.

Via het Rockefeller Institute for Medical Research en de General Education Board deed Rockefeller veel aan liefdadigheid. Toch werd hij er van beschuldigd dat hij een groot deel van zijn rijkdom achterhield. De kranten vergelijken zijn donaties met die van Andrew Carnegie, een magnaat die in rijkdom met Rockefeller concurreerde, maar veel meer van zijn geld weg gaf. Rockefeller realiseerde zich dat hij iets moest doen dat al zijn eerdere liefdadigheid in de schaduw zou zetten.

Rockefeller Center christmas tree
Foto en copyright: Javier Gutierrez Acedo/Flickr

Tegen het einde van John D. Rockefeller’s leven verbeterd zijn reputatie. Liefdadigheid droeg daar zeker aan bij. Evenals het iconische Rockefeller Center in New York, dat zijn zoon Junior liet bouwen. Hierdoor kregen duizenden mensen werk in de crisisjaren na de krach van 1929. Maar vooral was er nieuwe waardering ontstaan voor de grote mannen van de industrie. Deze gevoelens waren zeker in de Tweede Wereldoorlog sterk verweven met patriottisme waar industriële kracht gelijk stond aan militaire macht.

Lees ook: kerst in New York

Siepko Historicus, Hemingway aficionado en als ik groot ben ga ik Jack Kerouac nareizen. Het boek over die ervaring gaat In een comfortabele auto, met airco, onderweg heten. Tot dus ver beperken mijn Amerikaanse bezoeken zich tot twee keer New York en eenmaal Niagara Falls. Ik ben een enthousiast volger van de Amerikaanse presidentsverkiezingen en alles wat politiek te maken heeft. Voor Hurray-USA schrijf ik over Amerikaanse geschiedenis.

LEAVE YOUR COMMENT

Your email address will not be published. Required fields are marked *